Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: HAGEN III
Volgend artikel: HAGESPEL
GTB Woordenboeken: WNT

HAGEPOORTER

Woordsoort: znw(m.)

Modern lemma: haagpoorter

znw. m. Burger eener stad, die elders of daar buiten woont, buitenpoorter. Vgl. gediede, znw.; uteporter, en grasborger. Voor de bet. van hage- in tegenstelling van hetgeen in eene stad, in een middelpunt van leven en beweging geschiedt, vergelijke men hagemunt, en vooral mnl. hagespel, en de hagepreek, de eerste in het geheim (achteraf) plaats hebbende godsdienstoefeningen der hervormden. Zie Kluiver, Kiliaen 67.
Burger eener stad, die elders of daar buiten woont, buitenpoorter.
De poorters van Brucghe, wonende buter stede van Brucghe, die men heet haghepoorters, Invent. v. Br. 4, 217, Vlaanderen, 1407-1432.
Van dat hi ontfinc den prest die de haghepoorters … ghetaxeirt waren te leenne omme tpayement van den Oosterlinghen, 3, 256, Vlaanderen, 1384-1407.

Bi der wet, doe zy vergadert waren, omme te sprekene up wat manieren men de haghepoorters bescudden zoude van te betaelne enz., 4, 521, Vlaanderen, 1407-1432.

Welc werc … de … haghepoorters ghewrocht hebben up haerlieder cost, 216 vlg.  Zie nog twee voorbeelden, in de Table analytique op den Invent. d. Arch. de Bruges, bl. 58.