Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: FIJNBAARD Volgend artikel: FIJNHEID

FIJNGEVOELIG

Woordsoort: bnw.

Modern lemma: fijngevoelig

bnw. Van Fijn en Gevoel met -ig.
1.  Met fijn gevoel begaafd.
Uw fijngevoelig hart … kent zich-zelf niet meer,   BILD. 1, 362 [1795].
Een verstandig edelman, en die op het punt van eer zoo fijngevoelig is als mijn vriend de Graaf v. E.,   V. LENNEP, K. Zev. 5, 292 [1865].
Telkens als des Peuëraars fijngevoelige vingertop — neen! als zijn hart hem zegt dat hij beet heeft — slaat hij op,   BEETS, C.O. 346 [1841].
Hoe scherper de kerkelijke partijen tegenover elkander staan, hoe fijngevoeliger zij zich toonen,   BUYS, Stud. 1, 283 [1868].
Niet zeer nauwgezet, niet zeer fijngevoelig, maar grof-vroolijk, een smakelijk eter …, een luchtig gemoed,   V. EEDEN, Stud. 4, 61 [1900].
2.  Van fijn gevoel getuigend.
Door … fijngevoelig kunstbegrip,   V. EEDEN, Stud. 5, 127 [1906].
Afl. Fijngevoeligheid (”De kerkelijke fijngevoeligheid van beide geschiedschrijvers,” FRUIN, Geschr. 2, 6 [1867]; ”De schrijver verstond met bewonderenswaardige fijngevoeligheid, welken toon hij moest aanslaan”, ROOSES, N. Schetsenb. 304).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1919.