Door gebruik te maken van de GTB gaat u akkoord met de Eindgebruikersovereenkomst.

Koppelingen:
Vorig artikel: LOSBOL Volgend artikel: LOSBREKEN

LOSBRANDEN

Woordsoort: ww.(intr.,trans.,zw.)

Modern lemma: losbranden

onz. en bedr. zw. ww. Koppel. van Los (I), A, 17) en Branden.
+A.  Onz.
+B.  Bedr. Van schoten. (Door het kruit in brand te steken) doen afgaan.
Voor welke, binnen getreden wesende, … van de schepen 't een negen ende 't ander seven canonschoten losgebrant wirden,   SPEELMAN, Journ. 20.
Als 't vreugdeschot werd losgebrand,   TER HAAR, St.-P. Rots 43.
Afl. Losbranding (”De losbrandingen die hier onverpoosd donderend de lucht van-een scheurden”, BOSSCHA, Lev. v. W. II 318 [1852]; ”De admiraal der zeeroovers (loste) zijn geschut op ons en brak, bij deze eerste losbranding, onze bezaansra aan twee stukken”, CONSC. 1, 265 b [ed. 1867]).
© 2007 INL. Artikel gepubliceerd in 1922.